Laden...

Succes

→ Winkelwagen bijgewerkt

Info

→ Winkelwagen bijgewerkt

Succes

E-mail verzonden!

Fout

E-mail niet verzonden!

Fout

Artikel niet meer op voorraad!

Fout

Succes

Succes

Fout

Steenmarter

Portret van de steenmarter

De steenmarter (Martes foina) is ongeveer zo groot als een kat en weegt bijna anderhalf tot twee kilo, waarbij de mannetjes duidelijk groter zijn dan de vrouwtjes.

Hij heeft een lange, ruige pluimstaart. Zijn vacht is cacaobruin, met een meestal witte bef uitlopend tot op de voorpoten. Steenmarters hebben een kenmerkende, licht 'huppelende' manier van lopen.

Ze klimmen uitstekend en kunnen sprongen van anderhalve meter maken.

Een steenmarter vertoont zich niet graag in open terrein. Hij kiest zijn weg het liefst langs of door struikgewas. Overdag slaapt hij. Een steenmarter heeft binnen zijn leefgebied meerdere slaapplaatsen ('dagrustplaatsen') die hij afwissend gebruikt. In de zomer vindt hij die vooral in takkenhopen, dichte struwelen en boomholten.

In de winter en het voorjaar zijn kruipruimten en loze ruimten tussen plafonds en zolders van huizen en andere gebouwen favoriet. Structuurrijke groenstroken en tuinen in een stadswijk met goed toegankelijke huizen en gebouwen zoals scholen zijn dan ook een belangrijk leefgebied voor steenmarters. Steenmarters houden er een vast leefgebied op na waarin zij geen soortgenoten toelaten. Dit territorium markeren ze met geurstoffen. De territoria van steenmarters in steden zijn vaak kleiner dan die van soortgenoten in het buitengebied. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het grotere aanbod aan voedsel en aan verblijfplaatsen.

De grootte van het leefgebied kan variëren van 10 ha tot wel 150 ha voor vrouwtjes en 30–350 ha voor mannetjes.

Elke nacht zijn de dieren binnen hun leefgebied zes tot acht uur op pad, om voedsel te zoeken maar vooral om hun territorium te markeren.

In hun voedselkeuze zijn steenmarters niet erg kieskeurig. Ze eten vooral muizen, maar ook jonge konijnen, jonge vogels en wespen- en hommelbroed. Ook vruchten, zoals kersen, pruimen, peren en appels, vinden ze lekker. In de stedelijke omgeving maken ze dankbaar gebruik van weggegooid eten van mensen, vooral boterhammen. Kattenvoer, wintervoer voor vogels en eieren in kippenhokken staan eveneens hoog op de menulijst.

Een jaar uit het steenmarterleven

Jonge steenmarters worden tussen eind februari en begin april geboren. Een gemiddelde worp bestaat uit twee tot vier jongen, die in het begin niet groter zijn dan muizen.

Bij hun geboorte zijn de jongen blind, net als pasgeboren katten en honden.

Hun oogjes gaan pas na vier tot vijf weken open. De moeder zoogt de jongen tot zij ongeveer acht weken oud zijn. Mannetjes bemoeien zich niet met het grootbrengen van de jongen. Rond de negende week verlaten de jongen het nest onder leiding van de moeder. Die brengt ze dan altijd naar een plaats op de begane grond, meestal heel

dicht struikgewas of een weinig gebruikt rommelschuurtje met veel dekking. Jonge vrouwtjes worden in de loop van de herfst door hun moeder uit haar leefgebied verdreven. Haar mannelijke nakomelingen mogen blijven, maar worden door hun vader uit zijn territorium verdreven. Dat gebeurt uiterlijk als ze geslachtsrijp worden en dat is na ongeveer anderhalf jaar.

Steenmarter in huis?

Steenmarters houden van kleine donkere warme droge hoekjes om overdag veilig te kunnen slapen. Kruipruimten en kleine loze ruimten op zolders of onder het dakbeschot in woningen en gebouwen voldoen uitstekend aan deze wens. Het moet er ook weer niet te warm zijn; vandaar dat men ze in de zomer maar zelden aantreft in huizen en gebouwen, maar in de winter des te meer. Om iets tegen steenmarters te kunnen doen, moet u eerst zeker weten dat u werkelijk een steenmarter in huis hebt. Ook andere dieren zoals muizen (bosmuis, huismuis en huisspitsmuis), ratten, katten en vogels zoals kauwen en steenuilen maken immers graag gebruik van woningen zonder zich aan hun menselijke medebewoners te vertonen.

Soms vindt men op zolder of in schuurtjes uitwerpselen van de steenmarter: 4-8 cm lange en 0,5-1,5 cm dikke 'worstjes' met een gedraaide punt, vaak in de vorm van een vraagteken. Vaak zijn er nog pitten van steenvruchten in zichtbaar. Als de ondergrond stoffig is kunt u misschien ook voetsporen ontdekken. Een truc om voetsporen zichtbaar te maken is een laagje bloem over de vloer uitstrooien.

Het verschil met de kat is te zien aan de grote zoolbal: bij de kat is deze rond, bij de steenmarter v-vormig.

Steenmarters komen in huis via kapotte spouwmuurroosters op de grond of via het dak. Het dak kunnen ze alleen bereiken via een muur of via begroeiing die tot het dak komt. Het ontbreken van spinnenwebben in openingen is een aanwijzing dat steenmarters er gebruik van maken. Een andere aanwijzing vormen krabsporen op bomen, struiken, muren, regenpijpen of dakgoten. Heeft u overlast of schade van een dier in huis, maar kunt u niet vaststellen of het om een steenmarter gaat, neem dan contact op met uw gemeente.

Steenmarters als medebewoners zorgen niet altijd voor overlast. Meestal zult u niets van hun aanwezigheid merken. Zij komen in de ochtenduren thuis om overdag te slapen; 's avonds verlaten ze het huis weer. In de winter komen ze vaak midden in de nacht nog een uurtje rusten. Bovendien maken steenmarters gebruik van verschillende dagrustplaatsen, zodat de geluidsoverlast niet permanent is. Hun soms luide gestommel kan doen denken aan een inbreker in huis. Heeft men een nest jongen in huis dan zal men eerst wat hoge piepgeluiden kunnen horen die toenemen naarmate de jongen ouder worden. In de laatste week voordat ze uitlopen kunt ook gekrijs horen en meestal ook gestommel. Steenmarters gebruiken vaak een vaste plek bij hun slaapplaats voor hun behoefte.

Een dergelijk 'latrine' kan voor stankoverlast zorgen. Niet opgegeten prooien trekken bromvliegen aan. Die leggen eitjes in de kadavers waaruit maden komen die de kadavers zeer snel opruimen. Een bromvliegplaag op zolder of in huis is een duidelijke aanwijzing dat er ergens een dood dier ligt of heeft gelegen. Af en toe gebruiken steenmarters ook motorruimten van auto's als schuilplaats. Het zijn nieuwsgierige dieren die hun leefgebied tot in alle hoeken en gaten verkennen. Overal waar ze kunnen komen, zullen ze zoeken naar ruimten waar ze veilig kunnen slapen. Hoe kleiner en hoe beter verstopt, des te veiliger is hun schuilplaats. Motorruimten blijken aan deze eisen te voldoen, vooral op plaatsen waar weinig alternatieve dekking aanwezig is. In de meeste gevallen zal er niets gebeuren.

Soms echter beperkt hun activiteit zich niet tot slapen, maar testen ze alle aanwezige enigszins beweegbare en flexibele materialen. Vooral bij jonge dieren is dit een vorm van speels gedrag. Het komt voor dat een steenmarter een (kriel)kip of (sier)duif pakt. Maar de verhalen over steenmarters als bloeddorstige kippenmoordenaars zijn meer hardnekkige fabels dan overeenkomstig de waarheid. Meestal heeft de steenmarter alleen maar belangstelling voor een ei of voor kuikens. Alleen als in het kippenhok de paniek toeslaat grijpt hij de kippen.

Huis dicht

De steenmarter is een beschermde diersoort. De Flora- en faunawet bepaalt dat u steenmarters niet mag vangen of

doden. Overigens heeft dat ook weinig zin, want een verlaten territorium wordt binnen enkele dagen overgenomen door een andere steenmarter. De enige afdoende oplossing is dan ook ervoor te zorgen dat de dieren uw huis niet in kunnen. Om de meest effectieve maatregelen te bepalen kunt u het beste deskundig advies inwinnen. Soms zijn de maatregelen heel eenvoudig, maar ze kunnen ook heel ingewikkeld zijn. Uw gemeente kan u hierover adviseren of u doorverwijzen.

Tijdelijke maatregelen

Verschillende trucjes helpen om de marter tijdelijk uit het huis te weren. Steenmarters zijn uiterst voorzichtig als er in of bij hun dagrustplaatsen veranderingen zijn aangebracht. Een plastic zakje in een gat of een voorwerp bij een ingang kan ervoor zorgen dat ze dagen- en soms wekenlang wegblijven. Na verloop van tijd zullen ze er echter aan wennen. Dat ze gevoelig zouden zijn voor bepaalde geurstoffen wordt nauwelijks ondersteund door onderzoek. Ultrasoon geluid kan werken, maar alleen in grotere ruimten of direct op de plaats waar de marter zit of passeert.

In afgesloten hoeken of op onbereikbare plaatsen werkt het niet.

Autoschade

Vooral auto's met goed ingesloten motor, goede geluidsisolatie en veel kleine ruimten krijgen bezoek van steenmarters. Is er aan de leidingen van uw auto geknaagd, dan kunt u het best hardplastic hulzen om de bedrading laten aanbrengen bij een garage. Vooral in april en mei, kort voor de paartijd, zijn mannelijke steenmarters extreem op hun hoede voor indringers. Komt een auto met geursporen in het territorium van een andere steenmarter, dan zal deze auto waarschijnlijk opnieuw bezoek krijgen, waarbij de territoriumhouder zijn agressie op de kunststof onderdelen van de motor afreageert. In zulke gevallen wordt aangeraden de motorruimte goed schoon te maken om daarmee de geurmarkeringen te verwijderen.

Om te voorkomen dat de auto weer door een steenmarter bezocht wordt, kunt u bijvoorbeeld kippengaas of een doek

met ammoniak onder de auto of in de motorruimte leggen. De dieren lopen niet graag over de onbekende ondergrond, en als deze ook nog lawaai maakt of stinkt, gaan zij er vaak snel vandoor. De beste methode om steenmarterschade aan uw auto te voorkomen is natuurlijk een goed afgesloten garage maar dat is niet voor

iedereen mogelijk. Een auto waarvan de motorkap open staat zal zelden steenmarterschade krijgen.

Verwijderen

Soms is verwijderen van het dier de enige oplossing. Hoewel steenmarters er een hekel aan hebben gevangen te worden, zal het hen er vaak niet van weerhouden na verloop van tijd toch terug te keren. Steenmarters communiceren via geursporen. Deze blijven ook na het verwijderen van het dier achter en trekken andere steenmarters aan, die het leeggekomen verblijf betrekken.

Een verlaten territorium is meestal binnen een week weer bezet door een ander dier. Het verwijderen van een steenmarter heeft dus maar een zeer beperkt effect.

Let op: spelende jongen!

Van maart tot juni bestaat de kans dat marters in uw huis jongen hebben. Als u in deze periode uw huis wilt afsluiten voor marters moet u eerst (laten) controleren of er een nest is. In dat geval is de afsluiting niet toegestaan, want dan zouden de jongen de hongerdood kunnen sterven. Neem bij twijfel contact op met de gemeente. Houdt u zich aan het advies dat de gemeente u geeft. Zodra de jongen 'het huis uit zijn', kunt u uw huis gerust 'marterdicht' maken. Ook dan geldt: voer de werkzaamheden uit als het dier afwezig is. Om er zeker van te zijn dat de marter zich niet in huis bevindt, kunt u enkele takjes in de vermoedelijke ingang plaatsen. Blijven deze minimaal twee dagen staan, dan kan de ingang zonder problemen worden afgesloten. Door de werkzaamheden over twee dagen te verdelen, geeft u de steenmarter 's nachts de kans om het huis te verlaten.

Op de tweede dag kunnen de ingangen definitief worden gesloten.

Alternatieve woning voor de marter

Marters zijn goede buren als het gaat om de bestrijding van muizen, ratten en ander ongedierte. Wilt u geen marter in huis hebben, maar heeft u er niets op tegen dat hij in de buurt woont, dan kunt u een alternatief marterhuisje op een rustige plek ter beschikking stellen. Als de toegang tot uw woning is afgesloten neemt het dier graag genoegen met een takkenhoop. Zorg ervoor dat deze vrij is van tocht en met natuurlijk materiaal als blad, hooi of stro wordt gevuld. Verder moet het er droog zijn. De takkenhoop moet op een gunstige plek liggen. Door op en om het 'huisje'

begroeiing aan te brengen wordt het in zijn omgeving opgenomen en dit heeft weer een positief effect op de rustige ligging. Ondervindt u overlast of schade van een steenmarter en kunt u het probleem niet zelf oplossen, neem dan contact op met uw gemeente. Die kan u verder helpen en eventueel een deskundige inschakelen.

Gemeenten kunnen van de provincie een ontheffing krijgen van de beschermende bepalingen in de Flora en faunawet. Met zo'n ontheffing is de gemeente bevoegd om de dieren opzettelijk te verstoren, te vangen en uit te plaatsen als dat nodig is. Dankzij een speciale opleiding hebben bijna alle gemeenten hiervoor deskundige medewerkers in dienst.

Tekst: provincie Drenthe i.s.m. Gerard Müskens (Alterra) en Henk v.d. Brink, Noordwolde •

De gemeente kan helpen

http://www.provincie.drenthe.nl